Wat is INzicht? » De kracht van feedback: Wat en hoe?

De kracht van feedback: Wat en hoe?

Gepubliceerd op 13 maart 2019 10:19

INzicht - de kracht van feedback

Waarom is feedback zo belangrijk? 

Er wordt al jaren sterk gehamerd door pedagogen en onderwijsonderzoekers op het belang van goede feedback. Toch ondervinden vele leerlingen, ouders en omstaanders dat hier nog altijd te weinig of zelfs slecht wordt naar gestreefd. 

 

De motivatie, de doorzetting, de schoollust en zelfs het resultaat van de jongeren staat of valt door de feedback die zij krijgen op hun prestaties. Het wordt dus hoog tijd dat men een versnelling hoger slaat en het zelf geven van feedback bekeken wordt en indien nodig wordt bijgesteld. 

 

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de leerkrachten maar even goed ook voor de ouders van het kind. 

 

Verder in deze post geven wij een aantal richtlijnen over hoe feedback positief kan werken naast de valkuilen die hierbij horen. 

 

Om goede feedback te kunnen geven, moeten we eerst kennis hebben over de drie verschillende perspectieven van feedback. 

 

We onderscheiden drie verschillende soorten perspectieven van feedback:

 

  • Het behavioristische perspectief: De gerichtheid van feedback om een gedragsverandering te verkrijgen. 
  • Het handelingspsychologische perspectief: De manier waarop feedback wordt gegeven en ontvangen. 
  • Sociaal-constructivistische perspectief: De manier hoe de feedback ervaren en geïnterpreteerd wordt. 

Het is belangrijk je bewust te zijn van deze drie perspectieven. Je moet bij elke feedback die je geeft reflecteren naar de drie perspectieven. Komen deze positief over? Dan zal je feedback krachtiger zijn. Wordt er een perspectief overgeslagen of negatief ervaren dan zal je feedback niet het gewenste resultaat geven. 

 

Dimensies van feedback


Naast de aandacht voor de verschillende perspectieven van feedback, is het uiterst belangrijk om inzicht te hebben over de dimensies van feedback. Door je feedback te reflecteren met de dimensies komen al snel duidelijke valkuilen in het zicht. Eens je deze valkuilen onder ogen ziet, kan je werken aan het verbeteren van de feedback. 

 

  • Doelgericht versus persoonlijk

 

Feedback op het doel is effectiever dan feedback op de persoon zelf. De valkuil hierbij is vooral dat leerkrachten of ouders vaak negatieve feedback op de persoon zelf gaan geven. Als het is minder gaat, vlucht men vaak naar de uitspraken: 'Je hebt niet voldoende gestudeerd, jij bent niet goed in wiskunde, je zou beter je best doen, je maakt te weinig oefeningen, ...' . Hier wordt de boodschap telkens enkel persoonlijk gericht en vaak ook negatief. Het gevaar dat hier schuilt is dat de jongere zich minderwaardig gaat voelen, faalangst krijgt, schoolmoe wordt of denkt dat je hem of haar als persoon niet graag hebt. De aanpassing hierin is je feedback zo te verwoorden dat je niet de persoon zelf bespreekt maar het doel en dit in zo een positieve zin als mogelijk. Je kan hierbij wel de jongere positief stimuleren door positieve feedback op de persoon te geven. Voorbeelden hiervan zijn 'Het zijn moeilijke wiskunde oefeningen over het thema vierkantsvergelijkingen, mits meer oefenen zal je ze zeker onder de knie krijgen. Kijk bijvoorbeeld naar je chemie. Daar heb je ook extra oefeningen gemaakt en doe je het voortreffelijk .' 

 

  • Specifiek versus algemeen en gedetailleerd versus niet-gedetailleerd 

 

Zoals hierboven beschreven, wordt feedback vaak te algemeen gegeven. In vormen als: 'Je hebt je best niet gedaan, je hebt problemen met de oefeningen voor wiskunde, je grammatica voor Frans is onvoldoende gekend'. De valkuil hierbij is dat de jongere geen zicht krijgt op wat er precies beter kan. Zo denkt de jongere bijvoorbeeld dat hij of zij wel wat grammatica kan maar krijgt geen zicht op waar de problemen zich juist bevinden. De aanpassing hierin is om je feedback zo specifiek mogelijk te geven. In het voorbeeld van de grammatica Frans dien je te benoemen welke onderdelen van de grammatica minder zijn en welke de jongere wel al goed onder de knie heeft. Daarnaast geef je ook aan hoe de jongere de onvoldoende kennis van een grammaticadeel best kan aanpakken zodat het doel en het resultaat duidelijker worden. 

 

  • Correctief versus non-correctief

 

Correctieve feedback is feedback die benoemt wat fout is gegaan, waar de fout zit en wat de jongere kan doen om dit aan te pakken. Non-correctieve feedback is feedback waarbij alleen wordt benoemd dat er iets fout is gegaan. De valkuil hierbij is dat de jongere geen zicht krijgt op wat er precies beter kan. Zo wordt vaak op een rapport geschreven dat de leerling een tekort behaalt voor het vak geschiedenis. Hierbij weet de jongere dus dat er een tekort is maar niet op welke onderdelen hij of zij zwak scoorde en op welke onderdelen sterk of matig. De leerling kan dan moeilijk gericht bijsturen. Daarnaast komen tekorten voor dezelfde vakken vaak meermaals voor omdat de jongere geen uitleg krijgt over hoe hij of zij de tekorten het best kan aanpakken. Je hebt een tekort, werk er maar aan, komt vaak over als feedback. 

 

  • Positief versus neutraal versus negatief

 

Hierover verschillen de meningen. Sommige auteurs stellen dat feedback vooral positief moet zijn. Anderen stellen dat er vooral geleerd wordt van negatieve feedback. Weer anderen zeggen dat er een balans moet zijn tussen positieve en negatieve feedback. Hier is het aan de feedbackgever om af te tasten welke soort feedback bij welke jongere past. Elke persoon is anders en zal dus ook anders benaderd moeten worden. 

 

  • Timing: onmiddellijk versus uitgesteld

 

Feedback dient zo snel mogelijk te gebeuren. Dit heeft verschillende redenen. Een eerste belangrijke reden is dat de jongere de feedback nog duidelijk kan linken met het doel. De valkuil hierbij is dat feedback pas op het rapport van een leerling komt over toetsen of taken die weken geleden zijn verbeterd. De leerling heeft dan minder of zelfs geen zicht meer op hoe hij of zij de opdrachten heeft aangevat en wat er goed of fout ging. 

Daarnaast is een tweede reden dat de jongere de feedback kan gebruiken om zo snel mogelijk te werken aan zijn of haar doelstellingen. De valkuil hierbij is dat feedback later wordt gegeven en de leerling daardoor niet heeft kunnen werken aan moeilijkheden. De leerling kon bijvoorbeeld problemen hebben bij een eerste toets fysica maar pas drie toetsen later hierover feedback krijgen. Hierdoor kreeg de leerling geen kans om zich bij te sturen waardoor er een achterstand ontstond en de kans op slagen voor de volgende toetsen vermindert. 

 

Elementen van feedback: Geef niet alleen feedback maar bespreek samen de feedback en luister naar elkaar


Een groot probleem bij feedback op scholen of door ouders is dat deze vaak eenrichtingsverkeer zijn. De ouder of leerkracht geeft feedback maar gaat geen interactie aan met de jongere om te pijlen hoe de feedback overkomt, of de feedback wel correct is en met welke vragen de leerling na de feedback nog zit.

 

Hieronder staan elementen van feedback waarmee feedback gegeven kan worden zonder eenrichtingsverkeer. 

 

  • Open vragen

 

Feedback waarbij open vragen gesteld worden geeft ruimte voor een uitgebreid antwoord, terwijl op gesloten vragen meestal een kort antwoord volstaat. Door open vragen te stellen in de feedback kan je gerichter samen naar verbeteringen zoeken. De jongere voelt zich ook minder aangevallen doordat hij samen mee kan praten over de doelen en wat goed of slecht ging. Bij gesloten vragen heb je vaak het gevaar dat de jongere gewoon ja of nee antwoordt om er snel van af te zijn. 

 

  • Oplossingsgerichte vragen

 

Oplossingsgerichte vragen zijn vragen die duidelijk zoeken naar gerichte oplossingen. De leerkracht of ouder probeert de jongere te stimuleren om na te denken over een concrete manier om de moeilijkheden aan te pakken. Op deze manier gaat de jongere beter zelf inzicht krijgen over het eigen handelen en gemakkelijker zichzelf kunnen bijsturen. 

 

  • Doorvragen

 

Doorvragen is eigenlijk een exponent van het oplossingsgericht vragen. Door samen met de jongere door te gaan op bepaalde antwoorden, geef je de leerlingen de kans om dieper na te denken over het eigen handelen. Je laat de jongere niet op de oppervlakte met eenvoudige antwoorden maar gaat dieper in op de noden van de leerling zelf. 

 

  • Richtinggevende vragen

 

Er mag niet enkel stilgestaan worden op wat niet goed loopt of wat beter moet. Feedback is veel effectiever als je samen met de jongere zoekt naar de richting die hij of zij uit wil met de feedback. Doelen bijsturen, kijken naar het proces, wat ging er al goed wat kan beter? 

 

  • Samenvatten

 

Vaak krijgt de jongere de feedback als eenrichtingsverkeer en is daarmee de kous af. De jongere luistert naar de feedback en de ouders of de leerkracht geeft de feedback. Het is belangrijk dat de leerling de feedback ook werkelijk begrijpt. Een samenvatting na feedback is hiervoor een hulpmiddel. Als je na de feedback, de vragen en de richting een kleine samenvatting maakt over wat de feedback nu kort gezegd was, kan je nagaan of de jongere de feedback al dan niet begrepen heeft en kan meenemen. 

 

  • Erkennen

 

Accepteer de jongere in zijn pluspunten en minpunten. Iedereen is ergens goed in en ergens minder goed. Erken de persoon in zijn geheel. Dit is misschien wel het belangrijkste in heel het feedback verhaal. 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.